Voorjaarsnota 2019

Herijking weerstandscapaciteit

Bedragen x € 1.000

incidenteel

structureel

Herijking weerstandscapaciteit

2019

2020

2019

2020

2021

2022

2023

Vrijval Algemene reserve

4.600

0

0

0

0

0

0

Vrijval reserves REIS

915

0

0

0

0

0

0

Vrijval Reserve Grondbedrijf

0

0

0

0

0

0

0

Bijstelling weerstandscapaciteit

5.515

0

0

0

0

0

0

Berekening weerstandsvermogen
Conform staand beleid wordt het weerstandsvermogen periodiek beoordeeld. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente grote tegenvallers op kan vangen, het gaat dus om de robuustheid van de begroting. Een sluitende begroting zonder weerstandsvermogen zou betekenen dat iedere tegenvaller een probleem gaat opleveren als er geen even grote meevallers tegenover staan. In dat geval staan de begrotingsprogramma’s en daarmee het beleid van de gemeente permanent gevoelig voor risico’s. Een weerstandsvermogen als financiële buffer is daarom noodzakelijk. Hoe groot die buffer moet zijn hangt af van de risico’s die de gemeente loopt. De buffer wordt gevormd door een aantal reserves, hierin heeft de algemene reserve een belangrijke rol. Een risico heeft financiële gevolgen waarvan de precieze hoogte nog onduidelijk is en waarvan ook onzeker is of de gebeurtenis zich daadwerkelijk zal voordoen. In de algemene reserve lopen risico’s mee, die exogene oorzaken hebben én een potentieel majeure impact hebben. Ze voldoen aan één of meerdere van deze criteria:

  • dusdanig onzeker vanwege lopende landelijke ontwikkelingen (bv. herverdeeldiscussies gemeentefonds of compensaties) op betreffende geldstromen;
  • die met wetgeving te maken hebben (niet-zijnde gesloten systemen met tarieven);
  • van dusdanig groot omvang dat een programma het effect financieel niet in het 1e jaar kan dragen;
  • de kans van optreden is niet 100%, immers dan is sprake van een financieel tekort;
  • kan niet met conform boekhoudkundige afspraken met een voorziening worden afgedekt;
  • expliciet wordt besloten door het college.

Behalve het aanhouden van een financieel weerstandsvermogen hanteert de gemeente Den Haag aanvullende manieren om de financiële gevolgen van risico's op te vangen:

  • Veel gebeurtenissen zijn weliswaar onverwacht, maar doen zich zo regelmatig voor, dat over meerdere jaren bekeken vrij goed is aan te geven wat de financiële gevolgen daarvan kunnen zijn. Hiervoor reserveert de gemeente bedragen in de begroting of in voorzieningen;
  • Een aantal risico’s kan voor een gedeelte worden opgevangen uit specifieke bestemmingsreserves of programmareserves;
  • Bij investeringsprojecten en grondexploitaties is het gebruikelijk dat een post voor onvoorziene tegenvallers wordt meegenomen in het investeringskrediet, waarbij tevens expliciet gestuurd wordt op risicomanagement;
  • Risico’s kunnen beperkt worden door het afsluiten van verzekeringen, bijvoorbeeld tegen brandschade aan gemeentelijke gebouwen.

De relevante risico’s voor het weerstandsvermogen zijn de risico’s die niet of onvoldoende op een andere manier zijn ondervangen. Het risicoprofiel van de gemeente is voortdurend in beweging. Sommige risico’s worden kleiner of verdwijnen, andere risico’s doen zich juist voor. Ook komen er nieuwe risico’s bij.
In de jaarrekening telde de totale risico’s op tot ruim € 183 mln. Het risico op het accres gemeentefonds is niet langer opgenomen omdat deze in dit budgettair kader is verwerkt en deze dus voor het risicocumulatiemodel komt te vervallen. Wel is er een risico toegevoegd voor de verwachte herverdeling van het gemeentefonds in 2021. Ook zijn de risico’s op openeinderegelingen van de WMO en Jeugdzorg geactualiseerd. Hierbij zijn, op basis van de meest actuele inzichten, de bedragen en de kans van optreden naar boven bijgesteld.

Opname in de risicoparagraaf betekent geen automatische verrekening met de weerstandscapaciteit als het risico zich daadwerkelijk voordoet. In principe moeten tegenvallers binnen een programma worden opgevangen. Bij de voorjaarsnota wordt een herziene berekening van het benodigd weerstandsvermogen gemaakt. De risico’s waarmee rekening gehouden wordt, staan in de tabel op de volgende pagina.

Risico's met een incidenteel karakter

Domein

Kans

Bedrag

Weging

Max. bedrag

Rampen en zware ongevallen

Bestuur

1%

63,5

1,0

63,5

Eigen risico verzekeringen

Bestuur

10%

5,4

1,0

5,4

Grote projecten

Fysiek

25%

25,0

1,0

25,0

Risico's met een structureel karakter

Stijging marktrente

Bestuur

10%

5,0

1,5

7,5

Risico jeugdhulp open-einde regeling en VT

Sociaal

90%

20,0

1,5

30

BTW-compensatiefonds

Bestuur

35%

10,0

1,5

15,0

BTW sport

Bestuur

75%

2,5

1,5

3,75

Afname WSW i.r.t. rijksbijdrage

Sociaal

80%

2,0

1,5

3,0

WMO open-einde regeling

Sociaal

90%

20,0

1,5

30

Herverdeling gemeentefonds 2021

Bestuur

80%

8,0

1,5

12,0

Totaal x € 1 mln.

195,15

Als we op dit moment alle risico’s optellen komen we uit op een benodigde algemene reserve van ruim € 195 mln. Een uitgebreide toelichting op de deze risico’s is te vinden in de bijlage III. De algemene reserve hoeft echter geen omvang van € 195 mln. te hebben. Het is zeer onwaarschijnlijk dat al deze tegenspoed tegelijkertijd optreedt. Er zijn allerlei scenario’s mogelijk. Het onderzoeken van alle verschillende scenario’s is gebeurd met het risicocumulatiemodel. Dit werkt als volgt. In een simulatie is aan de hand van een kansberekening een verdeling van de risico’s gemaakt die laat zien dat het zeer onwaarschijnlijk is dat alle risico’s tegelijkertijd zullen optreden. Om het weerstandsvermogen te baseren op een zekerheidspercentage van 100 procent is dus iets té voorzichtig. Er blijft dan onnodig geld gereserveerd voor een statistisch erg onwaarschijnlijk scenario. In plaats van 100 procent wordt daarom gekozen voor een zekerheidspercentage van 95 procent.

Een belangrijk voordeel van het opnemen van deze risico’s in dit model is dan ook dat rekening gehouden wordt met deze combinatie van kansen. Als voor ieder risico een afzonderlijke reserve zou worden gevormd, zou in totaal een hoger bedrag opzij gezet moeten worden, omdat dan per afzonderlijk risico wordt gerekend. Rekenen met de combinatie van kansen leidt per saldo tot een lager benodigd weerstandsvermogen.

Vrijval algemene reserve

Bedragen x € 1 mln.

incidenteel

Vrijval algemene reserve

2019

Stand 1-1-2019 (na resultaatbestemming)

71,4

Post onvoorzien

0,8

Beschikbare weerstandscapaciteit

72,2

Benodigd weerstandsvermogen

67,6

Subtotaal vrijval algemene reserve

4,6

Na de voorgestelde resultaatbestemming 2018 (RIS302208) bedraagt de algemene reserve € 71,4 mln. Naast de algemene reserve heeft de gemeente Den Haag een begrotingspost onvoorzien. De post onvoorzien moet een soepele uitvoering van de begroting vergemakkelijken. Het zorgt zodoende voor een stukje flexibiliteit. De post onvoorzien bedraagt € 0,8 mln.
Uit het simulatiemodel volgt een benodigd weerstandsvermogen van € 67,6 mln. Rekening houdend met de post onvoorzien kan € 4,6 mln. hiermee vrijvallen uit de algemene reserve.
De gemeente dient er echter ook rekening mee te houden dat een aantal programmareserves en de centrale bedrijfsvoeringsreserve negatief staan (zie bijlage II). Op grond van de bestaande spelregels dient hiervoor, bij de begrotingsvoorbereiding, een herstelplan te worden opgesteld (zie paragraaf 5.3). Het beschikken over afdoende herstelplannen voor deze negatieve reserves is een legitimering voor de vrijval uit de algemene reserve. Het college betrekt de herstelplannen, en de impact hiervan op de gemeentelijke risico’s, bij de verdere begrotingsvoorbereiding.

Vrijval reserve Grondbedrijf
Na de voorgestelde resultaatbestemming 2018 (RIS302208) bedraagt de reserve grondbedrijf (RGB)
€ 57,1 mln. Uit de meest recente doorrekening van het benodigd weerstandsvermogen voor het grondbedrijf (Programmarekening 2018) is becijferd dat de RGB in 2019 tussen de € 42,6 en € 50,1 mln. moet liggen om risico’s te kunnen opvangen. De afspraak geldt hierbij dat als de RGB meerjarig boven de bandbreedte uitkomt, het meerdere bij de groei-met-groei afspraak wordt betrokken. De prognose over 5 jaar ligt net onder het maximum, hierdoor kunnen op dit moment geen middelen vrijvallen. In de komende maanden wordt de MPG 2019 (over de cijfers per 1-1-2019) opgesteld over de inzichten en wordt een nieuw meerjarig perspectief van het benodigde weerstandsvermogen gepresenteerd. Eventuele besluitvorming naar aanleiding van deze analyse wordt meegenomen in de begroting 2020-2023.

Ontwikkeling RGB 2018-2022 (in mln.)

2018

2019

2020

2021

2022

Stand RGB per 1-1 (na resultaatbestemming)

67,6

57,1

54,0

50,2

50,2

Minimaal benodigd weerstandsvermogen

42,2

42,6

42,9

41,6

43,3

Maximaal benodigd weerstandsvermogen

49,6

50,1

50,4

49,1

50,8

Vrijval reserves REIS
De reserves die in relatie staan tot REIS zijn geanalyseerd. Hieruit blijkt dat € 0,9 mln. kan vrijvallen. Eventuele vrijval moet wel in samenhang worden gezien met de afspraken betreffende “groei met groei”. Hierbij geldt dat het surplus beschikbaar blijft voor nieuwe ruimtelijk-economische investeringen.

ga terug